Woningmarkt koelt verder af door hogere hypotheekrente en afnemende vraag

- Huizenmarkt

Marieke Ziedses des Plantes
Sr. Press Officer ABN AMRO
Huizenprijzen stijgen naar verwachting met 3 procent in 2026 en 4 procent in 2027
Aantal woningtransacties daalt zowel in 2026 (-3 procent) als in 2027 (-4 procent)
Woningaanbod groeit nauwelijks, ondanks stijging aantal bouwvergunningen
Hoge prijsniveaus en gestegen hypotheekrentes zetten rem op vraag
De woningmarkt koelt dit jaar door stijgende hypotheekrentes en een dalende woningvraag verder af. Dat is aanleiding voor ABN AMRO om haar prognoses te handhaven, met de verwachting dat de huizenprijzen in 2026 (+3 procent) en 2027 (+4 procent) gematigd zullen stijgen. Aangezien veel huishoudens tegen hun maximale leencapaciteit zitten, is er weinig ruimte om de vraag te stimuleren. De bank verwacht dat de loongroei dit jaar en volgend jaar afzwakt; tegelijkertijd neemt de bereidheid om spaargeld in te zetten door economische onzekerheden af. De dalende vraag en afnemende verkoop van beleggingswoningen (uitponden) drukken ook het aantal transacties. Zo ligt zowel in 2026 (-3 procent) als 2027 (-4 procent) een daling in het vooruitzicht, concludeert ABN AMRO in de nieuwste editie van de Woningmarktmonitor die vandaag wordt gepubliceerd.
Landelijke regio’s maken inhaalslag ten opzichte van Randstad
De prijsraming geeft een landelijk gemiddelde, tegelijkertijd zijn er grote regionale verschillen. Vooral in landelijke regio’s is sprake van sterke prijsstijgingen, terwijl de groei in stedelijke gebieden afvlakt.Volgens ABN AMRO is dit het gevolg van een inhaaleffect, waarbij gebieden die qua prijsstijgingen de laatste jaren achterbleven nu juist een hoge prijsgroei kennen en deze achterstand inlopen. De Randstad is relatief nog altijd het duurst, maar het verschil met andere regio’s is kleiner dan zes jaar geleden. Zo blijkt uit de prijs-inkomensverhouding (PI-ratio*), die ABN AMRO als enige partij elk kwartaal per provincie meet, dat de verschillen tussen regio’s steeds kleiner worden. Vooral in Zeeland, Friesland, Groningen, Drenthe en Limburg stegen de huizenprijzen sinds 2020 veel sneller dan in de Randstad, waar de prijzen relatief hoger zijn. De bank neemt in deze berekeningen naast de huizenprijzen ook de inkomens mee, aangezien het salarisniveau in sommige regio’s lager is dan in andere gebieden.
Verruiming woningaanbod blijft punt van zorg
De verruiming van het woonaanbod blijft ook in de komende jaren een knelpunt, verwacht Mike Langen, senior econoom Woningmarkt van ABN AMRO. “In de eerste zes maanden van dit jaar zijn 27,6 procent meer bouwvergunningen afgegeven dan in 2025, maar dat vertaalt zich nog niet in meer woningen. Zo lag het aantal nieuw toegevoegde woningen op jaarbasis 7,2 procent lager. We verwachten daarom dat het woningaanbod dit jaar niet noemenswaardig zal groeien. Het versnellen van planvorming en een stabiel investeringsklimaat zijn dan ook cruciaal”.
* ABN AMRO schat elk kwartaal per provincie de prijs-inkomensverhouding (PI-ratio), op basis van gemiddelde regionale transactieprijzen en mediane netto-huishoudinkomens tussen 2020 en 2026. In deze berekeningen neemt zij naast de huizenprijzen ook de inkomens mee, aangezien het salarisniveau per regio’ kan verschillen.